19 juli 2010: Van Tangke naar Henan Mengzu Zhizi Xian

Dag 1: 17 juli, Dag 2: 18 juli, Dag 3: 19 juli, Dag 4: 20 juli, Dag 5: 21 juli
Dag 6: 22 juli, Dag 7: 23 juli, Dag 8: 24 juli, Dag 9: 25 juli, Dag 10: 26 juli
Dag 11 en 12: 27 en 28 juli

Tibetaanse jongetjes in Tangke.

Tangke is weer zo'n typisch grasland-stadje, met slechts een paar straten, wat hotels, winkels en restaurants. Aan het einde van een van die straten staat een toegangspoort waar je voor een klein bedrag toegang hebt tot de weg die leidt naar "De Eerste bocht Van De Gele Rivier". Het Rode Woud Hotel waar wij verblijven is gebouwd in de typisch Tibetaanse bouwstijl: drie verdiepingen hoog, een plat dak en vrij grote ramen met uitstekende versieringen erboven. De kamer kijkt uit op de binnenplaats van een school. Vannacht was er veel geblaf van honden, maar in de vroege ochtend is het rustig en hoor je niet meer dan het getjilp van musjes.

Straat in Tangke, met links op de voorgrond het Rode Woud Hotel.

Vanochtend was het zo mistig dat je maar een paar meter ver kon kijken. Tegen de tijd dat we richting de Eerste Bocht van de Gele Rivier rijden, begint de nevel net op te trekken en hangen mooie wolken laag boven de uitgestrekte graslanden en het water. Het gras, de paarden, de yaks, alles is bedekt met een glinsterend laagje dauw. Bij de Eerste Bocht ligt het Suokezang-klooster. Aan de huisjes van de monniken te zien is het al een oud klooster, maar alle gebedszalen worden opnieuw opgebouwd. Er zijn slechts een paar monniken, bijna geen pelgrims en overal hoor je gezaag, getimmer en geboor. We verlaten het klooster maar weer snel en rijden naar de Gele Rivier die aan de voet van het klooster loopt. Hier is het heerlijk rustig. We zoeken een plekje in het gras, pakken onze stoeltjes, schenken wat heet water over de oploskoffie en turen over het water en de graslanden. Twee Tibetaanse vrouwen staan in het water en wassen kleding in de rivier, vlakbij staat hun paard te grazen.

Tibetaanse vrouwen doen de was in de Gele Rivier.

Met de komst van een groep Chinese toeristen wordt het vredige tafereel wreed verstoord. Vanuit hun auto's klinkt luide muziek, één auto rijdt met hoge snelheid door tot in het water en komt vlak bij de Tibetaanse vrouwen tot stilstand, een man loopt langs met een walkietalkie waarmee hij kennelijk contact houdt met anderen die zijn achtergebleven bij de parkeerplaats bij het klooster. Het groepje spettert in het water, schreeuwt en lacht, en laat foto's van zichzelf maken in allerlei onmogelijke poses met op de achtergrond de rivier, het gras, de Tibetaanse vrouwen en het paard. Het zijn niet meer dan twintig mensen maar op de een of andere manier zijn ze in staat deze hele omgeving op te eisen. De twee Tibetaanse vrouwen - die rustig doorgaan met het wassen van kleding - worden helemaal weggevaagd. Dan scheept het groepje in om met een paar rubberbootjes de rivier op te gaan. Meteen keert de rust terug, alleen hun vage kreten verderop op de rivier zijn nog hoorbaar. Ik gun iedereen zijn plezier, maar met Chinese toeristen heb ik toch vaak moeite. Misschien is het omdat de meeste Chinese toeristen zo weinig respect tonen voor hun omgeving en de grenzen van een ander. Ze nemen bezit van de omgeving en zijn er vervolgens helemaal en op zo'n manier dat je ze niet weg kunt denken. En tegen de tijd dat ze weggaan hebben ze ook nog eens vaak veel afval achtergelaten. Hier zie je dat ook: er drijven plastic flessen in het water en het gras ligt vol kartonnen verpakkingen, flesjes en chipszakjes. Ik denk dat veel van deze Chinese toeristen zich niet realiseren dat ze te gast zijn bij de Tibetanen, en dat stoort mij zeer.

Waakhond onder afdakje.

Tegen het middaguur rijden we verder richting de Heihe en Re'er Graslanden. Het uitzicht is weids en het groen van de graslanden bespikkeld met lichte kleuren: gele, blauwe en paarse bloemen, witte en zwarte yurts die in dit immense landschap niet meer dan stipjes zijn, kuddes witte schapen en zwarte en grijze yaks. De graslanden tieren van het leven en als je met je verrekijker het gras afspeurt zie je altijd wel wat beestjes. Vooral een knaagdier dat ik later op het internet terugvind onder de intigrerende naam "Himalaya muis-haas" is alom aanwezig. Het is een soort haas, maar kleiner, zonder staart en met kleine ronde oortjes en korte voorpootjes. Verder zien we Tibetaanse marmotten en heel veel vogels, waarvan ik alleen de gekraagde roodstaart en de hop kan thuisbrengen. Laag in het landschap liggen huisjes van leem en lemen omheiningen voor het vee. In de zomer trekken de nomaden met hun vee over de graslanden en verblijven in yurts, in de barre winters wonen zij in dit soort huizen waar zij beter beschermd zijn tegen kou, wind en sneeuw- en hagelbuien. Ook zien we hoe de woestijn oprukt. Op die plekken heeft het groene gras plaatsgemaakt voor dorre grijze stoppels. Op deze plekken worden een soort matten neergelegd waar nieuwe aanplant tegen aan kan groeien. Maar hier en daar groeit al helemaal niets meer en bestaat de grond alleen nog maar uit zand.

Kudde overstekende yaks.

De graslanden zijn bezaaid met geurige bloemen en kruiden.

Na Heihe stuiten we op de nationale weg 213, een brede vierbaansweg die zich door het landschap slingert. Sinds Yingxiu hebben we niet meer over een normale weg gereden. Drie dagen lang zaten we midden in heel ruig gebied. Het is raar om opeens met 100 km/uur over een goed geasfalteerde weg te rijden. Het lijkt alsof de omgeving plotseling als een afstandelijke film voorbij gaat, heel anders dan toen we over die kleine weggetjes hobbelden en echt midden in het landschap zaten.

Verdroging van de graslanden, de top van de heuvel is al helemaal zand.

We slaan af bij Langmusi, Takstang Lhamo in het Tibetaans. Het stadje ligt op 3300 meter hoogte op de grens van de provincies Sichuan en Gansu. Het plaatsje wordt gedomineerd door twee grote Tibetaanse kloosters: het Sertri-klooster dat tot de provincie Sichuan behoort en het Kirti-klooster dat in Gansu ligt. Naast Tibetanen wonen er ook veel islamitische Hui, wat zichtbaar is aan de grote moskee die midden in het stadje ligt. Het stadje ligt in een wonderschone omgeving, in een dal dat omgeven wordt door hoge bergen. Ik zou wel dagen in Langmusi willen blijven, maar dan komen we vast en zeker op het einde van de reis in de problemen. Ons doel was immers Qinghai, maar we zijn niet veel opgeschoten en nog altijd in de provincie Sichuan. Daarom nemen we alleen een kort kijkje in het Sertri-klooster en wandelen we bij het Kirtri-klooster door een nauw dal naar de grot waar de rivier de Lhamo ontspringt. Een rivierroodstaart (een zwart vogeltje met een rode staart en een wit vlekje boven op zijn kop) houdt ons hier nauwlettend in de gaten. Als we Langmusi uitrijden realiseer ik me ten volle dat we dit stadje met ons ultrakorte verblijf geen eer hebben aangedaan.

Uitzicht over Langmusi vanaf het Sertri-klooster.

Uitzicht over het Sertri-klooster.

Vanuit Langmusi rijden we door naar Luqu Xian, waar we willen overnachten. Het plaatsje heeft een vreemde sfeer, alsof er nooit iemand van buiten komt. Daarom besluiten we door te rijden naar Hezuo. Onderweg naar Hezuo zien we opeens een piepkleine richtingsaanwijzer die naar een weggetje naar links wijst. Op het bordje staat: Qinghai. In een opwelling sturen we de auto naar links en rijden in het pikkedonker over een kronkelende weg die alsmaar een rivier volgt naar het plaatsje Ta'erlong. Uiteindelijk eindigt de weg bij een klein dorp en een slagboom waar twee mannen de wacht houden. Rond half twaalf rijden we over de verlaten straten van het stadje Henan Mengzu Zhizi Xian, een Mongoolse enclave. Hier vinden we een hotel die gebouwd is in de vorm van een grote Mongoolse yurt (ger). Helemaal kapot van de lange reis van vandaag, realiseer ik me toch opeens: we zijn eindelijk in Qinghai!

Monniken wandelen door de straten van Langmusi.

Het dal bij het Kirtri-klooster waar de Lhamo-rivier ontspringt.

Dag 1: 17 juli, Dag 2: 18 juli, Dag 3: 19 juli, Dag 4: 20 juli, Dag 5: 21 juli
Dag 6: 22 juli, Dag 7: 23 juli, Dag 8: 24 juli, Dag 9: 25 juli, Dag 10: 26 juli
Dag 11 en 12: 27 en 28 juli


Bovenstaand artikel is geschreven door Inge Jansen, Chinadeskundige en schrijfster van onder andere de Dominicus-gidsen China, Shanghai en Beijing . Op haar blog schrijft ze over China.

Via haar bedrijf Mingbai (wat 'begrijpen' in het Chinees betekent) geeft zij informatie over China. Haar expertise bevindt zich op het snijvlak van Chinese cultuur & samenleving, geschiedenis en toerisme.

Zij schrijft voor verschillende media, geeft lezingen en rondleidingen en verzorgt cursussen en workshops.

www.mingbai.nl/weblog
Meer verhalen uit de weblog